Bron: Foto RCE

 

184 Martinius Moerman, 1545


DETAILS |BESCHRIJVING|BIJZONDERHEDEN|GESCHIEDENIS|PERSONEN|REAGEER


huidige plaats    

in de zuidelijke binnenzijbeuk van het schip, de tweede travee vanaf het transept, ten noordoosten van de derde middenpijler

locatie in 1821 volgens Martini (zie plattegrond)
maten 100 x 194 cm
steensoort maaskalksteen
inscripties 


klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Beschrijving

De zerk heeft een tekstband die op de hoeken wordt onderbroken door vierpassen met daarin de evangelistensymbolen. De oorspronkelijke inscriptie in de tekstband vertoont een aantal onduidelijkheden. De eerste en de laatste letter van de tweede inscriptie zijn aangebracht over de oudere tekstband heen. Op het middenveld is nog een vage verdieping te zien met een binnenversiering die nu slechts bestaat uit een aantal lijntjes. De duiding daarvan is niet eenvoudig, want uit Hs 1709, 141.1 blijkt dat er in ieder geval geen wapen op de zerk staat.

Bijzonderheden

In 1538 kocht Mr. Marten Moerman doctoir inden geestelycken rechten pastoir der kercken van onse lieve vrouwen in Liemers gelegen inde lande van Cleeff oudt omtrent 62 jaren een lijfrente van 35 gulden op de stad ’s-Hertogenbosch. Op de grafzerk wordt deze Maarten inderdaad aangeduid als pastoor van de Mariakerk in Zevenaar (in de Liemers). In deze periode wordt in (Oud-)Zevenaar een dr. Marten of Martinus Frysius als pastoor vermeld. De binding tussen mr. Marten en ’s-Hertogenbosch en de Sint-Jan is onbekend. Het laatste deel van de inscriptie op de grafzerk biedt wellicht meer informatie, maar is helaas onleesbaar geworden. Het is niet ondenkbaar dat Marten een beneficie in de Sint-Jan bezat. Vast staat dat hij kort voor zijn dood in 1545 een rente op de Staten van Brabant aan het kapittel van Sint-Jan verkocht en dat hij in die kerk enkele stichtingen deed. Hij werd in ieder geval begraven bij het altaar van Sint-Rumoldus (zie plattegrond altaren nr. 18). 1.
Nadat dit graf lange tijd in het bezit van de kerkfabriek was geweest, werd het in 1783 door Jacob van der Houven aangekocht (zie hierna onder Geschiedenis). Deze liet op enig moment ook een nieuwe tekst op de zerk toevoegen. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om Jacob van der Houven, die in 1754 leraar aan de eerste klas van de Latijnse school was geworden. In 1759 had hij de tweede klas onder zijn hoede gekregen en vanaf 1764 tot aan zijn emeritaat in 1804 de derde klas. In 1767 en 1773 was hij een van de bestuurders van het Zinnelooshuis aan de Hinthamerstraat. Deze Jacobus was getrouwd met Henriëtte van der Sprang. Zij maakten in 1791 een testament waarbij ze elkaar als erfgenaam aanwezen. Henriëtte is voor 1805 overleden. Jacob had in 1775 een huis aan de Hinthamerstraat gekocht, in 1780 kocht hij nog een naastliggend pand. Jacob overleed 86 jaar oud op 6 juni 1814 om half negen in de avond. Hij is niet onder zijn grafzerk in de Sint-Jan bijgezet; in 1814 werd immers niet meer in de kerk begraven. Waarschijnlijk kreeg hij zijn laatste rustplaats op het deel van het kerkhof ten zuiden van de kerk. Zijn nalatenschap werd verdeeld tussen enerzijds Jan van der Houven en Jacob Frans van der Houven van Ankeren in Rotterdam en anderzijds Christiaan Neuhaus te Amsterdam en zijn drie zusters te Kampen. 2.

Geschiedenis

(Oud 38; Nieuw 547; Martini 290; Smits 112) *
Het graf stond in ieder geval vanaf 1707 te boek als kerkgraf. Het was blijkens de leggers het eerste graf in de zuidelijke buitenzijbeuk van het schip, gezien vanaf het transept. Tot ver in de achttiende eeuw lag het daar, op de plek waar Martinus Moerman in 1545 was begraven, dicht bij de vroegere locatie van het altaar van Sint-Rumoldus. Toen het graf in het laatste kwart van de achttiende eeuw vanwege de aanwezige kerkfundering niet langer geschikt werd bevonden voor begrafenissen, werd de zerk geruild met die van Caspar Duyts (zie zerk 357). Deze lag verderop in de travee op een kerkgraf dat lange tijd had toebehoord aan de familie Duyts. Op 3 november 1783 werd dit graf, met daarop de ‘nieuwe’ zerk van Martinus Moerman verkocht aan Jacob van der Houven, preceptor van de 3de Latijnsche School alhier. Tussen 1821 en 1912 kwam de zerk op de huidige plek te liggen.

Personen

 Houven van Ankeren, Jacob Frans van der
 Houven, Jacob van der
 Houven, Jan van der
Moerman, Martinius † 5-1545
· zie ook: 357. Caspar Duyts, 1680
 Neuhaus, Christiaan
 Sprang, HenriĆ«tte van der

Legenda:
† begraven in de Sint-Jan
vet: hoofdbegravene.
Grafzerk    
 
Naam    
 
E-mail    
 
Reactie    
 
Verifcatie    
 
 

Uw browser ondersteunt geen Flash of bezit geen recente Flash versie