Bron: Foto RCE

 

193 Lambert Claess, 1532


DETAILS |BESCHRIJVING|BIJZONDERHEDEN|GESCHIEDENIS|PERSONEN|REAGEER


huidige plaats    

in de zuidelijke binnenzijbeuk van het schip, de eerste travee vanaf het transept, ten noordoosten van de tweede middenpijler

maten 87 x 155 cm
steensoort maaskalksteen met witte aders
inscripties 


klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Beschrijving

De zerk is erg afgesleten, met als gevolg dat verschillende letters van de inscriptie, die rond 1900 nog goed te zien waren, nu niet meer zijn te lezen. Van de cirkel met kelk en hostie in het midden zijn nu nog slechts vage schaduwen te zien.
De zerk vertoont een tekstband die op de hoeken wordt voorgesteld als zijnde omgeslagen, waarbij de omslag op de rechterbenedenhoek door een verhoging wordt weergegeven. In het midden bevond zich vroeger een cirkel met rand, waarbinnen een kelk met hostie was te zien.

Bijzonderheden

Deze grafzerk is van de priester Lambert Henricks Claes. Lamberts vader was Henrick Claes Henrick Lievens, zijn moeder heette Beatrix. Zijn ouders woonden in de Verwersstraat. Zijn vader was lakenkoper en behoort in de belastinglijsten van het begin van de zestiende eeuw tot de 28% hoogst aangeslagenen. Henrick overleed in 1516/7, Beatrix kort daarna.
In 1492 wordt Lambert voor het eerst vermeld, hij is dan nog geen priester. In 1497, wanneer hij gewoon lid wordt van de Lieve Vrouwe Broederschap van ’s-Hertogenbosch, is hij dat wel. Heer Lambert was in de Sint-Jan rector van een beneficie van twee wekelijkse missen. Dit beneficie was een stichting van heer Lucas Lucas van der Meer († 22-9-1520), die zelf sinds de jaren 1490 in de Sint-Jan rector was geweest van een beneficie op het Catharina-altaar, gesticht door Herman Pyeck. Heer Lambert overleed op 21 november 1531 en is begraven bij het Agatha-altaar (zie plattegrond altaren, nr. 20).
Heer Lamberts beneficie ging waarschijnlijk direct na zijn dood over op zijn neef Hiëronimus, de zoon van zijn zuster Heilwich en de Bossche smid Philips van Vaerlaer. Hiëronimus wordt in 1532 vermeld als meester, enkele jaren later in 1536 is hij ook priester. Hij wordt ook wel Vairlenius, Verlenius of Van Vairle genoemd. Hij maakte carrière in kerkelijke kring en in het onderwijs, was onder andere enige tijd pastoor van de Bossche Sint-Jacobsparochie en eindigde zijn leven als kanunnik in Haarlem en als vicaris-generaal van het Haarlemse bisdom. 1.
Rond 1700 was deze zerk in bezit van Aert Goossens van Poederoyen of Proyen. Deze was in 1649 poorter van ’s-Hertogenbosch geworden en was mandenmaker van beroep. Aert was achtereenvolgens gehuwd met Maria van Asten, Elisabeth van Gool en Maria Thijssens Romers. Deze laatste was in 1686, bij haar huwelijk met Aert, reeds weduwe van Johan Cremers. Uit elk van deze huwelijken werden in de Grote Kerk kinderen gedoopt. De overlijdensdata van Aert en zijn laatste vrouw staan niet op de zerk vermeld. Uit andere bronnen weten we dat Aert op 30 januari 1700 in de Sint-Jan is begraven. 2.

Geschiedenis

(Oud 165; Nieuw 212; Smits 287) *
In 1707 stond het graf te boek als t’ graft van aert van proijen. In de legger van 1724 staat het op naam van de kinderen van Herman Kremers. Hoe lang dat heeft geduurd is niet bekend. De legger van 1752-1755 vermeldt in ieder geval dat het graf overgeboekt is op naam van de kinderen van Johannes van Proijen, de zoon van Aart. Het betreft hier Egmont, Johan, Hermannes en Johanna van Proijen. Andere namen in deze legger zijn Cornelis van Proijen en Cornelia Maria van Proijen, weduwe van Cornelis Reuvers, en haar kinderen. In 1779 behoorde het graf toe aan Maria van Proijen, echtgenote van Ambrosius Susselen, en Louisa van Proijen. In de laatste legger ontbreken de gegevens over het bezit van het graf.
Het graf lag ten tijde van de begrafenis van Lambert Claess in 1531 in de buurt van het Agatha-altaar, dat stond opgesteld tegen de westzijde van de derde pilaar, gerekend vanaf het transept, van de zuidelijke schipzijbeuk.
Uit de leggers blijkt dat de zerk voor 1707 werd verplaatst naar de tweede of derde travee vanaf het transept van de zuidelijke binnenzijbeuk van het koor. Martini noemt de zerk niet. Hoewel Smits dat in 1912 wel doet, is deze niet op de plattegrond terug te vinden. Pas in 1991 wordt de zerk weer op een plattegrond aangeduid en wel op de huidige locatie.

Personen

 Asten, Maria van
 Claes, Heilwich
Claes, Lambert Henricks † 20-1532
 Cremers, Johan
· zie ook: 428. Herman Cremers, 1721
 Gool, Elisabeth Goessens van
· zie ook: 428. Herman Cremers, 1721
 Kremers, Herman
 Lievens, Henrick Claes Henrick
 Meer, Lucas Lucas van der
 N.N., Beatrix
Poederoyen, Aert Goossens van
· zie ook: 428. Herman Cremers, 1721
 Proijen, Cornelia Maria van
 Proijen, Cornelis van
 Proijen, Egmont van
 Proijen, Hermannes van
 Proijen, Johan van
 Proijen, Johanna van
 Proijen, Johannes van
 Proijen, Louisa van
 Proijen, Maria van
 Pyeck, Herman
 Reuvers, Cornelis
 Romers, Maria Thijssens
· zie ook: 428. Herman Cremers, 1721
 Susselen, Ambrosius
 Vaerlaer, HiĆ«ronimus van
 Vaerlaer, Philips van

Legenda:
† begraven in de Sint-Jan
vet: hoofdbegravene.
Grafzerk    
 
Naam    
 
E-mail    
 
Reactie    
 
Verifcatie    
 
 

Uw browser ondersteunt geen Flash of bezit geen recente Flash versie