Bron: Foto RCE

 

402 Adriaen Ploos van Amstel, 1646


DETAILS |BESCHRIJVING|WAPENS|BIJZONDERHEDEN|GESCHIEDENIS|PERSONEN|REAGEER


huidige plaats    

in de noordelijke binnenzijbeuk van het koor, de derde travee vanaf het transept, tussen de vierde koor- en middenpijler, de middelste van een rij van drie zerken

locatie in 1821 volgens Martini (zie plattegrond)
maten 147 x 230 cm
steensoort maaskalksteen
inscripties 


klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Beschrijving

Boven een geprofileerde rand op ongeveer eenderde vanaf de onderkant van de zerk zijn in reliëf de wapens aangebracht, in het midden het hoofdwapen en aan de zijkanten tweemaal vier kwartierwapens. Deze kwartierwapens zijn ieder aan de bovenzijde versierd met naambordjes, die zijn weergegeven als met twee nagels vastgenageld aan de zerk. Onder aan het hoofdwapen hangt een ring, met kwast, waardoorheen een guirlande is aangebracht, die aan de uiteinden is opgehangen aan de nagels van de onderste kwartierwapens.
Onder de genoemde rand bevindt zich een rechthoekige verhoogde cartouche, aan de zijkanten omgeven door voluten met druiventrossen en onderaan door bladachtige voluten, die in het midden verbonden zijn door eenvoudig bandwerk. In de linker- en rechterbenedenhoek eindigen de voluten in gestileerde lelies.

Wapens

Gedwarsbalkt van acht stukken en over alles heen een van twee rijen geschaakt schuinkruis. Het schild hangend aan een lint uit de helm komend. Aanziende helm. Dekkleden. Helmkroon: een kroon van drie bladeren en tweemaal drie parels. Helmteken: een uitkomend hert.
Kwartieren: 1 Gedwarsbalkt van acht stukken en over alles heen een van twee rijen geschaakt schuinkruis [Ploos van Amstel]; 2 Een pot met twee oren en drie poten [Potz]; 3 Drie ruiten (2,1) [Woerden van Vliet]; 4 Vier golvende [tweelings? drielings?, vgl. zerknummer 406] balken [Wulven van der Horst]; 5 zie 1 [Ploos van Amstel]; 6 Een steigerende eenhoorn [Brienen]; 7 zie 2 [Potz]; 8 Drie lelies [d’Edel].

Bijzonderheden

Adriaen was een zoon van Willem Ploos (1529-1603), schout van Loosdrecht, en diens derde vrouw Dirckje Ploos. Ook Adriaen was in 1627 schout van Loosdrecht, maar hij vestigde zich in 1629 in ’s-Hertogenbosch, direct na de val van de stad. Op 21 september 1629 was hij door de Staten-Generaal tot ontvanger van convooien en licenten in Den Bosch benoemd, op 26 oktober werd hij tot ouderling van de net opgerichte hervormde gemeente gekozen. Bovendien was hij een van de nieuwe raden die door de Staten-Generaal waren aangesteld om het tweede lid van de stadsregering te vormen. In 1631 werd hij benoemd tot schepen van de stad, een functie die hij in totaal achtmaal zou vervullen. Hij was in 1642 een van de nieuwe protestantse leden van de vernieuwde Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Adriaen was tweemaal getrouwd, eerst met Elisabeth Pater († 1631) uit Naarden, daarna met Zeyna van Hornhoven († 1645). De binding van de familie met ’s-Hertogenbosch was niet erg sterk: Adriaen bezat geen huis in de stad, maar huurde het huis ‘De Munt’ in de Postelstraat. Van zijn zeven kinderen uit het eerste huwelijk is er uiteindelijk slechts één in Den Bosch blijven wonen, de anderen keerden naar het Utrechtse terug. Zoon Willem (1608-1668) volgde aanvankelijk zijn vader naar Brabant en was van 1629 tot januari 1634 een van de secretarissen van ’s-Hertogenbosch. Daarna werd hij raadsheer bij het Hof van Utrecht. Dochter Theodora of Diderica, in 1621 in de Utrechtse Jacobikerk gedoopt, bleef wel in Den Bosch wonen. Zij was in 1653 in Utrecht getrouwd met Gijsbert Ruysch, zoon van de Bossche schepen Johan Ruysch, stierf op 11 september 1676 en werd in de Sint-Jan begraven onder zerk 470, het graf van de familie Ruysch. Tot eind achttiende eeuw was ook haar rouwbord in de Sint-Jan te zien. Net als de meeste van zijn kinderen eindigde ook vader Adriaen Ploos van Amstel ten slotte niet in Den Bosch. Hoewel hij blijkbaar een graf in de Sint-Jan had aangekocht werd hij daar niet begraven: op 24 augustus 1646 vond hij zijn laatste rustplaats in de Dom van Utrecht. Op de zerk in de Sint-Jan is zijn sterfdatum dan ook niet ingevuld. Het graf kwam via dochter Theodora in handen van de familie Ruysch. 1.

Geschiedenis

(Oud 453; Nieuw 616; Martini 39; Smits 201) *
Adriaen Ploos van Amstel kocht deze voormalige altaarsteen op 15 februari 1630. Het altaar waarop hij oorspronkelijk had gelegen, bevond zich tegenover het sacramentshuisje en was afgebroken nadat de Sint-Jan in 1629 in protestantse handen was overgegaan. 2.
Het graf stond in 1707 op naam van Ploots van Amstel. Ten laatste in 1724 kwam het op naam van Anna Kornelia Ruijsch en de kinderen van de toen reeds overleden Gysbert Ruijsch, Ritmr ten dienste deser landen. Van Johan Gysbert Ruysch, in leeven Ritmeester ten diensten deezer Landen en zoon van Gijsbert, werd het graf op 5 juni 1752 overgeboekt op naam van zijn kinderen, kleinkinderen en verdere nazaten. Voor 1779 werd het eigendom van de kerk.
De plattegrond van Martini toont de zerk in het middenschip van de kerk, een paar meter ten noorden van het midden van de derde travee vanaf de viering, een plek waar hij aan het begin van de achttiende eeuw al lag. Waarschijnlijk werd hij tijdens de grootscheepse zerkverplaatsingen van 1893 verlegd naar waar hij nu ligt.

Personen

 Hornhoven, Zeyna van
 Pater, Elisabeth
Ploos van Amstel, Adriaen † 1646
· zie ook: 412. Wesselus van de Loe, 1506
· zie ook: 470. Johan Ruysch, 1657
 Ploos van Amstel, Theodora (Diderica)
· zie ook: 470. Johan Ruysch, 1657
 Ploos van Amstel, Willem
 Ploos, Dirckje
 Ploos, Willem
 Ruijsch, Anna Kornelia
 Ruijsch, Gijsbert † 1687
· zie ook: 470. Johan Ruysch, 1657
 Ruys, Johan
· zie ook: 202. Hendrik Ruysch, 1699
· zie ook: 470. Johan Ruysch, 1657
· zie ook: 509. Johan Ruysch, 1657
 Ruysch, Johan Gysbert

Legenda:
† begraven in de Sint-Jan
vet: hoofdbegravene.
Grafzerk    
 
Naam    
 
E-mail    
 
Reactie    
 
Verifcatie    
 
 

Uw browser ondersteunt geen Flash of bezit geen recente Flash versie